Sunday, June 14, 2009

Notities over het begin

'Een week tussen hemel en aarde'

Maandag d.d. 9 maart 2009

Het is half drie in de middag als ik onbekommerd de huisarts bezoek. Op mijn lijstje staat genoteerd: de bloeddruk laten meten en de huisarts naar mijn rechterborst laten kijken. Ik had, dit keer, geen haast bij het maken van de afspraak. Vorige keren was het allemaal goed, dus waarom deze keer dan ook niet.

Wij leven in het hier-en-nu en de huisarts dicht mij een tumor toe. Zo tekent zich aan mijn horizon, geheel onverwacht, een vilein verraad: ‘Ik stuur je door, want wat ik voel zijn beslist geen cysten’. Hij voegt al mopperend de daad bij het woord en voor ik het weet sta ik alweer buiten met op een kladbriefje de datum en de tijd voor een sneldiagnose bij de mammapoli. De uitslag volgt op de dag van het onderzoek en dat is over één week.

 

Dinsdag d.d. 10 maart 2009

Achteraf heb ik gezegd dat het een black-out was. Vandaag een meeting buiten de deur. Ik reed op de snelweg en plotseling kon ik me daar niet meer handhaven. Het gevoel van surrealisme dwong me mijn auto te parkeren; een strand leek me wel geschikt. De hele wereld leek te dromen, en ik die langs het water liep, werd wakker. Klaarwakker in een levensechte nachtmerrie met als onderwerp het einde van mijn tijd op aarde. Een film die nu al achterstevoren werd vertoond. Paniek over alles wat zogezegd nooit meer recht te trekken was. Spijt over alles wat niet meer mee te maken viel, verscheuring over wat ik hiermee mijn naasten aandeed; het begrip 'onschuld' plotseling verlinkt. In beeld kwam de grens van alle dimensies. Het was stil, ik was alleen met het water en de ruimte, slechts in de verte mensen. Opeens liep mijn leven lek en het zou wel eens echt goed mis kunnen gaan. Mijn stem deed haar werk; ik liep leeg, maar stapte uiteindelijk toch, na een lange rit, bijna als vanouds over de drempel van mijn eigen huis. 

 

Woensdag d.d. 11 maart 2009

Hoe ik het ook breng, verholen subtiel of recht in het front weliswaar met vooraankondiging, een ieder reageert op zijn manier op de boodschap dat ik afwachtende ben over het bericht van een, door de huisarts vermeende, tumor. Het trekt me even weg uit de holle eenzame ruimte die is ontstaan. Opeens ontwaar ik mensen die ook verdwaasd opkijken en zich afvragen waar ze zichzelf bevinden en welke kant ze mij op zien gaan. 

 

Donderdag d.d. 12 maart 2009

Om zes uur in de ochtend meen ik me te verbeelden dat een merel haar lied laat horen. Mijn lijf ligt nog ontspannen, zwaar en loom. Mijn geest bespeurt onraad. Ik kan niet meer slapen en gooi mijn benen buiten bed. Tijd om op te ruimen. Omgekeerde nestelwoede? 

 

Vrijdag d.d. 13 maart 2009

Ergens tussen hemel en aarde bevindt zich de voorpoort van het hellevuur. Een ruimte waarin het zwaard van damocles vervaarlijk en blinkend boven je hoofd blijft hangen. Voor mij is het een week waarin ik niets kan zeggen over de dreiging die naar me gluurt, en overal zie ik borsten. 

Mijn borsten kort voor hun ontstaan: vlak en plat; in beroering en afwachting van wat er gaat komen. Ontloken borsten: bescheiden, zacht en gaaf; rond en warm. Borsten levengevend: vijftien en nog eens negen maanden lang worden mijn kinderen op natuurlijke wijze gevoed; stille momenten van intens genieten. Borsten en vrijen: liefhebbend, teder, overgave, genot en extase. Borsten en kunst: gave ijle vormen; heelheid, wonderlijk kwetsbaar en van aanlokkelijke schoonheid. Borsten en knobbels: niet aan denken, af en toe controleren, maar eigenlijk is daar geen touw aan vast te knopen. Borsten en leeftijd: nog steeds mooi, pront, eindelijk inkijk en een verleidelijke gleuf. Borsten uit balans: mijn rechterborst blijkt uiteindelijk groter en zwaarder dan ze al was. Borsten en kwaadaardigheid: dat gaat niet samen, maligne klinkt zachter. Borsten en vrouwelijkheid: hoe zul je je in godsnaam voelen met nog maar één borst? 

 

Zaterdag d.d. 14 maart 2009

Men zegt dat je tussen en hemel en aarde zult zweven, maar ik loop nu al zes dagen met een loden last. Wat zal de uitslag worden? Bij de huisarts screent mijn onderbewuste nog net hoe hij in de telefoon zacht benoemt dat het om een forse bovenlaterale tumor gaat. Terwijl ik die woorden hier schrijf, jaagt iets nerveus in gierende banen en met een razend tempo door mijn lijf. Komisch, dat dit gevoel van angst, wat zichzelf overigens het liefst wil negeren, bijna exact lijkt op de vlinders van verliefdheid.  

Ik heb nooit eerder bewust willen weten dat zelfs een dreigende ziekte mensen even op een zijspoor kan derangeren. Af en toe bespeur ik een spiedend oog; ben ik al afgevallen? Ook zelf kijk ik vanuit andere ogen, want het leven is niet meer zoals het was en de mogelijkheid van dood-gaan dringt zich in hevige mate aan mij op en nestelt zich intiem tussen de plooien van mijn geest; het doet er een beroep op mijn schuchter welkom. 

 

Zondag d.d. 15 maart 2009

Weer die opruimwoede en opeens hevig sporten; me afvragen wanneer ik deze sportschool terug zal zien en wat ik dan zal weten. Het opnieuw inbreken van de gedachte dat ik me niet kan voorstellen ooit een borst te moeten missen; wat een afgrijselijk, misselijkmakend idee. Verder slaag ik erin het leven te vieren. We nemen koffie met gebak, we wandelen en ik maak foto’s. 

 

Maandag d.d. 16 maart 2009

De week loopt ten einde. Ik ga nog naar een verjaardag en bedenk me hoe ik met angst zou moeten omgaan. Er klopt iets onaflaatbaars tegen mijn hart, het zegt: ‘het is bijna tijd’. 

 

Dinsdag d.d. 17 maart 2009

Vandaag was het zover. De tijd stond stil en de arts leek bedremmeld. Ik keek naar haar ogen en knikte bemoedigend ‘zeg het nu maar!’ 



Bookmark and Share

No comments:

Post a Comment